Digi kids

Digi kids

Anno 2019 kan je niet meer om de smartphones, de tablets en de laptops heen en alles wat daarbij komt kijken. Je kind skypet met opa en oma om te vertellen dat hij op de wc heeft geplast en papa sturen we een filmpje om hem succes te wensen met zijn drukke werkdag. Alle digitale ontwikkelingen dagen je als ouder uit. Op sommige basisscholen wordt bijvoorbeeld met een tablet gewerkt, dit kan je verbazen als ouder terwijl we misschien over een paar jaar niet meer beter weten.In de onlinewereld komt de ontdekkingsdrang die jonge kinderen hebben goed van pas, maar net als in de echte wereld ben je ook in de onlinewereld als ouder onmisbaar, laat je kind niet alleen “ronddwalen”.

Hoe pak je dit dan “veilig” aan?

Er zijn vele apps en websites geschikt voor kleine kinderen. Op digidreumes.nl kan je bijvoorbeeld zien welke apps er goed beoordeeld zijn. Als je een nieuwe app installeert, probeer deze dan eerst zelf uit, zo weet je snel genoeg of deze geschikt is voor jouw kind.Maak op je tablet een mapje voor de kinderen waar ze apps uit kunnen kiezen. Met de applock app kan je je eigen apps beveiligen met een wachtwoord en zorg dat je tablet ook beveiligd is met een code zodat je kind nooit zonder dat jij het weet kan ronddwalen op internet.Kijk met je kind mee, wat doet je kind precies en wat kan hij al, geef je kind complimenten. Ook als je bijvoorbeeld moet koken is het belangrijk dat je weet wat je kind aan het doen is op internet. Laat je kind gezellig bij je in de keuken zitten.(op een veilige afstand van het fornuis uiteraard)

Een kinderapp of –site hoeft niet meteen educatief te zijn. Digitale media voegen vooral iets toe als het aansluit bij wat je kind op dat moment aan het leren is. Leert je peuter tellen dan heb je daar bijvoorbeeld vele apps voor. Maar ontspannen een filmpje kijken kan ook prettig zijn. Vanaf 2 jaar kan een app of filmpje iets toevoegen maar beperk het zo veel mogelijk voor een kind onder de 2 jaar. Ook van het omgaan met apparaten leert je kind dingen zoals: samen delen, voorzichtig zijn en afspraak is afspraak.

Beperk de tijd dat je peuter of kleuter achter een beeldscherm zit natuurlijk wel. Eind van de middag als je bijvoorbeeld moet koken kan het naar mijn mening echt geen kwaad als je peuter een half uurtje filmpjes kijkt. Spreek duidelijk af hoe lang je kind op de tablet (of televisie) mag. Spreek dit niet af in tijd maar in programma’s, bijvoorbeeld; “Als Dora is afgelopen zetten we de tablet uit.” Dit is voor je kind makkelijker dan wanneer na 10 minuten de tijd voorbij is terwijl hij middenin een verhaaltje zit.

Tot slot: Zo af en toe een half uurtje op de tablet kan dus niet zoveel kwaad, maar alleen de echte wereld prikkelt alle zintuigen en daar kan geen apparaat tegenop!

Wil je meer weten over dit onderwerp of een ander onderwerp mbt opvoeden? Neem dan contact op via mijn website: www.opvoed-gezinscoach.nl

Marinka van den Bosch

Opvoeddeskundige en gezinscoach.

Brrrrroem daar komt een auto aan, HAP in de de garage

Brrrrroem daar komt een auto aan, HAP in de garage.

 

Brrrrroem daar komt een auto aan, hap zo in de garage! Zit je ook weleens zo aan tafel met je dreumes/peuter om er een hap groente in te krijgen?

Als opvoed- en gezinscoach krijg ik regelmatig te maken met ouders die zich zorgen maken over het eetgedrag van hun kind.

Tijdens de workshops die ik geef is “het eten” bijna altijd een onderwerp van gesprek.

Het is normaal dat jonge kinderen vaak voedsel weigeren. Dit heeft met de leeftijd en psychologische factoren te maken.

In de meeste gevallen wordt je kind kieskeuriger na het eerste levensjaar. At je kleine eerst alles en nu krijg je er niks meer in wat ook maar enigszins gezond is?

Vaak heeft het niet eten meer met de peuterpuberteit te maken dan met het eten zelf. Peuters zeggen tegen veel dingen nee, dus ook tegen eten. Ze zeggen bij voorbaat al nee om te kijken wat er dan gebeurt. En wij als ouders doen een heleboel: We maken van een hapje op de lepel een auto die in de garage (mond van je kind) moet parkeren, of we zingen liedjes, we beginnen te mopperen of worden boos, we roeren er appelmoes doorheen of de we pakken de ipad erbij voor het gemak.

Voor je kind is deze reactie interessant wat ervoor zal zorgen dat hij of zij de volgende keer weer nee zegt tegen het eten.

Alle deskundigen zijn het erover eens; geen strijd aan tafel. Laat het los en accepteer dat je kind (tijdelijk) minder goed eet. Je mag ervan uitgaan dat in de meeste gevallen een kind goed weet wat hij/zij nodig heeft en zolang het kind in zijn eigen groeilijn blijft groeien dan is er meestal weinig om je zorgen over te maken.  (Uitzonderingen daar gelaten, soms is er een medische oorzaak of een andere oorzaak, waar hulp voor nodig is)

Met de volgende tips houd je het gezellig aan tafel:

 

  • Ga de strijd niet aan. Schenk zo min mogelijk aandacht aan het niet willen eten.
  • Zorg ervoor dat je kind trek heeft als jullie aan tafel gaan.
  • Een toetje hoort gewoon bij de maaltijd, dus geef je kind een toetje ook als hij slecht gegeten heeft.
  • Dwing je kind niet om zijn bord leeg te eten. Met een dobbelsteen kan je bijvoorbeeld spelenderwijs het aantal hapjes bepalen.
  • Een kind hongert zichzelf niet uit en gaat na een paar dagen vaak wel weer meer eten.
  • Denk je echt dat je kind voedingsstoffen en vitamines tekort komt, maak dan eens een smoothie, misschien drinkt je kind die wel lekker op.
  • Zorg (hoe moeilijk dat soms ook is) om zelf rustig te zijn en te zorgen voor een gezellige sfeer aan tafel.

 

Lukt het met bovenstaande tips na een poosje niet om de sfeer aan tafel positief te houden en krijg je je kind met geen mogelijkheid aan het eten? Neem dan gerust contact met mij op, zodat we jullie situatie samen kunnen bekijken. Je kan je ook aanmelden voor een workshop om met andere opvoeders ervaringen uit te wisselen en tips te krijgen van mij als opvoed-coach.

www.opvoed-gezinscoach.nl

 

Eet smakelijk!!

 

Marinka van den Bosch

Artikel over pesten

Hoe weet ik of mijn kind wordt gepest?

 

En wat kan ik hieraan doen?

De gebeurtenissen rond Tim Ribberink en Fleur Bloemen raakten vele mensen. De twee jongeren konden na jaren gepest te zijn nog maar één uitweg bedenken: uit het leven stappen. De ouders van Tim en Fleur wisten niet dat hun kind werd gepest en zij zijn niet de enigen.

 

Zittend op een zwarte kruk in een leeg lokaal staart de 19-jarige Carolien* voor zich uit. Het is al een tijdje stil. Ze zucht, draait zich om en zegt: “Ik durf niet met mijn ouders te praten over de tijd dat ik gepest werd. Ik wil het wel, maar ik weet niet hoe. Ik ben bang om ze te vertellen wat het met me heeft gedaan en wat het nog steeds met me doet Het is niet mijn bedoeling om ze een last op hun schouders te leggen.” Weer blijft het een poosje stil. “Maar ik denk wel dat het belangrijk voor mij en voor hen is dat ze het weten.”

Carolien fietste elke dag twintig kilometer naar haar middelbare school. Voor haar pesters was dit een makkelijke aangelegenheid om hun slachtoffer te treiteren. “Ze gooiden vaak aangebroken sneetjes brood of brandend papier naar me,” vertelt Carolien. “Of ze vertrokken tien minuten eerder van de afgesproken plek, zodat ik alleen moest fietsen. Ik voelde me heel ongelukkig en wist niet wat ik moest doen. Ik wilde aan de ene kant wel hulp, maar durfde het om allerlei redenen niet te vragen.”

 

Onzekerheid

Opvoeddeskundige Marinka van den Bosch noemt een aantal redenen dat gepeste kinderen het niet aan hun ouders durven te vertellen. “Allereerst is het belangrijk om te weten dat een gepest kind erg weinig zelfvertrouwen heeft, waardoor de stap om het te vertellen steeds groter wordt,” legt ze uit. “Kinderen schamen zich vaak voor het feit dat ze gepest worden, waardoor ze het niet durven te vertellen en hun ouders niet teleur hoeven stellen. Slachtoffers van pesten denken ook vaak dat het hun schuld is en durven daarom hun gevoelens niet te uiten. Bovendien zijn ze bang dat het pesten alleen maar erger wordt als ze het hun ouders of leerkrachten vertellen.”

Volgens Van den Bosch komen deze redenen voort uit de onzekerheid en een negatief zelfbeeld die een slachtoffer bezit. Carolien kan hierover mee praten, aan alles is te merken dat het pesten haar erg onzeker heeft gemaakt en ze kan bijna geen positief woord over zichzelf zeggen. “Ik weet dat ik heel negatief over mezelf denk. Velen zullen denken dat ik me aanstel of om aandacht vraag, maar ik wil juist heel positief over mezelf zijn,” zegt ze. “Het lukt me alleen niet.”

 

Samen

Waar Carolien moeite heeft om haar ouders bij het pesten te betrekken, heeft Herman dat vanaf het begin wel gedaan. “Ik vertelde altijd wat er gebeurd was, in de hoop dat er wat aan gedaan kon worden,” aldus de 25-jarige gepeste. Dit werkte niet, maar dat neemt niet weg dat Herman blij is dat hij zijn ouders er altijd bij heeft betrokken. “Je hebt het gevoel dat je niet alleen staat, je ondergaat het samen.”

Herman werd twaalf jaar lang gepest door Duuk*, een jongen uit een dorp in Overijssel waar Herman in 1995 met zijn gezin kwam wonen. “Ik was nieuw en in een klein dorp is dat opvallend, wat je al snel het slachtoffer van pesten maakt. Op de basisschool werd ik vanaf het begin niet geaccepteerd, met name door Duuk,” vertelt hij. “Hij sloeg me in elkaar, vernielde mijn fiets en wachtte me vaak op na schooltijd.” Duuk was niet de enige die hem pestte, ook op de middelbare school was Herman slachtoffer. De pesterijen gingen van kwaad tot erger, met als dieptepunt dat zijn pesters hem laxeermiddelen gaven. “Mijn ouders zochten samen met mij naar een oplossing. Door mijn ADHD besloten we dat ik speciaal onderwijs moest volgen en dat heeft me heel erg geholpen.”

 

Ook Nadiah* en haar man ondergaan samen met hun tienjarige dochter het pesten. “Ze wordt in groepsverband gepest, mag nooit meedoen met gezamenlijke spelletjes op het schoolplein en krijgt altijd nare opmerkingen te horen,” verwoordt Nadiah. “Het gaat zelfs zo ver dat ze haar beste vriendinnetje bedreigen als ze nog langer met onze dochter omgaat.” De dochter van Nadiah en haar man is altijd heel open geweest richting haar ouders, waardoor zij al vanaf het begin wisten wat er speelde. “Het is heel belangrijk om naar je kind te luisteren en om samen met haar het probleem aan te gaan,” vindt Nadiah. “Laat hem of haar weten dat ze nooit alleen zijn.”

 

 

 

 

 

Communicatie

Het is voor te stellen dat ouders bezorgd zijn over het feit dat hun kind misschien gepest wordt. Een heleboel signalen kunnen erop wijzen dat een kind slachtoffer is van pesterijen (zie het kader ‘Signalen’). Volgens Van den Bosch is communiceren echter de belangrijkste troef om erachter te komen of je vermoedens juist zijn. “Blijf altijd alert en oprecht geïnteresseerd in je kind,” legt ze uit. “Praten is heel belangrijk in de opvoeding, dus ook bij het signaleren of aanpakken van pesten.”

Michelle de Wit, studente Kunstzinnige Therapie en stagiaire in het speciaal onderwijs, valt Van den Bosch bij. “De houding van de ouders is een belangrijke factor,” beaamt ze. “Over het algemeen vertelt een kind meer als hij of zij zich er goed en veilig bij voelt. Op het moment dat ouders een neutrale houding tegenover pesten aannemen, haalt het de zware lading van het gepest worden af.” Als een moeder tegen haar kind zegt ‘Ik zal die pestkop eens goed aanpakken’, zal een kind het veel minder snel vertellen dan wanneer een moeder zegt ‘Goh, wat naar dat je gepest wordt, zullen we samen naar een oplossing zoeken?’ Pesten is natuurlijk nooit goed, maar als een ouder zijn of haar eigen lading eraan geeft, wordt de drempel om het te vertellen voor het kind alleen maar groter.

 

Gezin

Het pesten heeft niet alleen effect op de gepeste, maar ook op de directe omgeving van hem of haar. Ouders voelen zich vaak schuldig en verantwoordelijk. Ze hebben het gevoel dat ze het probleem moeten oplossen en maken zichzelf daarbij verwijten. Het is voor te stellen dat dit invloed heeft op het wel en wee van zowel ouders als hun kind. “De slapeloze nachten zijn niet op één hand te tellen,” vertelt Nadiah. “Op het moment dat onze dochter met iets negatiefs uit school komt, moet je haar serieus nemen en het negatieve ombuigen in het positieve. Voor haar helpt het, maar wij blijven met het negatieve gevoel zitten. Ze is zo gevormd door het pesten, dat we ons heel erg zorgen maken over haar toekomst.”

Jan, de vader van Herman, zat met dezelfde gevoelens als Nadiah. “Je wordt ongelukkig, omdat je kind ongelukkig is. Als vader of moeder ben je verdrietig als je ziet dat je kind zo wordt behandeld,” zegt hij. “Je wilt iets doen, maar weet niet wat. Machteloosheid overheerst.”

De gevolgen die Nadiah en Jan noemen, is voor Carolien onder andere een reden om niet met haar ouders over pesten te praten. “Ik heb door dat het voor hun niet makkelijk is dat ik werd gepest. De gevolgen die pesten met zich meebrengt, houd ik altijd last van. En ik niet alleen, ook mijn ouders. Ik heb het er wel eens heel kort met ze gehad over die tijd, maar ze wilden er niet graag over praten. Mijn zusjes weten van niets,” vertelt ze.

 

Van den Bosch geeft aan dat pesten niet alleen invloed heeft op de ouders en het gepeste kind, maar op het hele gezin. “Het slachtoffer is vaak verdrietig en boos en dat heeft invloed op de eventuele broertjes en zusjes van hem of haar en op de sfeer in huis,” aldus de opvoeddeskundige. “Ook kan het zijn dat de aandacht in het gezin volledig richting het gepeste kind gaat, waardoor andere gezinsleden hierdoor ‘vergeten’ worden. Als ouder is het daarom van belang je te richten op de oplossing en op alle gezinsleden. Blijf open communiceren, zodat elk gezinslid als even belangrijk wordt gezien.”

 

Oplossen

Op het moment dat ouders erachter zijn gekomen dat hun kind wordt gepest, komt al snel de vraag: hoe kan dit opgelost worden? Het probleem helemaal oplossen is moeilijk, maar er zijn altijd een aantal dingen die helpen. Volgens Van den Bosch is het belangrijk om het kind aan de praat te krijgen en hem of haar laten vertellen. “En neem wat zij of hij zegt serieus, luister met al je aandacht en steun je kind. Help het zelfvertrouwen van het kind op te bouwen, dus gebruik geen termen als ‘negeer de pester’ of ‘probeer flink te zijn’.” Het zelfvertrouwen opbouwen van het kind is heel belangrijk in het proces. Dit kan geholpen worden door het kind te stimuleren om dingen te doen die hij of zij goed kan en om veel complimenten te geven.

Ook meent de opvoeddeskundige dat het van belang is om samen met je kind een plan van aanpak te maken. Het kind moet hier invloed op hebben, zodat hij of zij weet wat en waarom iets gebeurt. Het is tevens belangrijk dat de leerkracht op school ingelicht wordt, hoe moeilijk dat ook is voor het slachtoffer. De Wit stemt hier mee in. “Praten met de leerkracht is van groot belang, maar het is aan de leerkracht zelf om er wat mee te doen. Een andere manier om hulp te bieden is het kind een website aanbieden waarop het kind zelf opzoek kan naar kinderen in dezelfde situatie en naar oplossingen.”

Verder is het belangrijk om het kind zich te laten uiten. “Niet elk kind wil of kan goed praten, dus dan kunnen ouders denken aan tekenen, knutselen of een rollenspel,” zegt Van den Bosch.

 

‘Ik geef er nooit aan toe’

Volgens Herman is het belangrijk dat het slachtoffer en zijn of haar ouders naar een oplossing zoeken. Zelf deed hij dat alleen. “Het ging steeds slechter met me en ik wist dat er iets moest veranderen. Ik nam veel tijd en rust voor mezelf, dacht veel na en concludeerde dat ik de negatieve dingen die mensen over mij zeggen langs me heen moet laten gaan,” vertelt hij. “Nu gaat het wel goed met me, maar in de ‘donkere maanden’ schieten er vaak beelden van vroeger door me heen en voel ik me wat minder.”

Ook Carolien merkt dat ze zich langzamerhand iets beter voelt. “Ik durf veel meer dan vroeger, dat is al een hele stap vooruit,” zegt ze met gepaste trots. “Ik denk dat het ik wel red, ik kan het. Het is mijn pesters wel gelukt om mij de grond in te trappen, maar ik geef er niet aan toe. Nooit.”

 

*Wegens privacyredenen zijn de namen van Carolien, Nadiah en Duuk fictief.

 

Kader ‘Signalen’

– Het kind wil/durft niet meer naar school. Het zoekt uitvluchten/smoesjes;

– Het kind vertelt niks meer over school als hij of zij thuis komt;

– Het kind neemt geen klasgenoten mee naar huis om te spelen;

– Slechte prestaties;

– Slaapproblemen of nachtmerries;

– Concentratieproblemen;

– Het kind is somber, futloos en vertoond teruggetrokken gedrag;

– Als het kind vaak beschadigde spullen heeft of vaak spullen is kwijt geraakt;

– Lichamelijke klachten zoals hoofdpijn/buikpijn;

– Het kind heeft blauwe plekken.

Jippie Vakantie!!!! (of help vakantie??)

Jippie Vakantie!!!!!!!(of help vakantie??)

Lekker op vakantie met het gezin dat is toch leuk?

Even lekker ontspannen, of toch niet?

Alle tijd voor elkaar en niks moeten, of toch wel?

Tijdens onze laatste vakantie met ons gezin (met een peuter van 3 en een dreumes van 13 maanden) heb ik ervaren dat het niet meer zo ontspannen is als nog maar kort geleden toen we met alleen een dreumes op vakantie zijn geweest.

Onze kinderen moeten altijd even wennen op vakantie en waren dan ook niet helemaal zichzelf, zeker de eerste dagen niet, dus de situatie vroeg om extra aandacht.

Een week lang zijn we druk geweest met onze lieve kinderen, we hebben leuke uitstapjes gedaan en daar genoten de jongens van, en als de kinderen genieten doen wij dat ook, gelukkig werkt dat zo.

Maar tijd voor elkaar? Nee dat hadden we niet echt, o ja, in de avond na 20:00 uur als de kinderen sliepen maar dan waren we zelf ook bekaf. Want in een vakantiehuisje slapen ze ook niet zo goed als thuis, we begonnen allemaal niet uitgerust aan een nieuwe dag.

Of het ontspannen was? Niet echt, ik heb geen letter gelezen, maar dubbel genoten van de blije gezichtjes en dat is natuurlijk ook een soort ontspanning. Leuk was de vakantie wel hoor, maar toen we na de vakantie thuis nog een weekje vrij waren met elkaar voelde het nog meer als vakantie. De kinderen waren zichzelf en en speelden lekker met hun eigen speelgoed en wij waren ook minder moe aan het eind van de dag waardoor we ook nog de puf hadden om een keer uit eten te gaan en oppas te regelen.

Wat ik heb geleerd is dat ik mijn verwachtingen bij moet stellen als je met meerdere kleine kinderen op vakantie gaat. Met 1 kleine is het verschil met daarvoor minder groot vond ik, vaak zit er nog een middagslaapje bij waardoor je automatisch even tijd voor jezelf en elkaar hebt.  Met meerdere kinderen ben je nou eenmaal vaak de hele dag druk als ze nog klein zijn. Niet meer dan logisch als je erover nadenkt.

Kinderen van 0 tot 4 zijn gewoon erg afhankelijk van hun ouders, óók op vakantie. Het was ook voor mij als gezinscoach even een eyeopener.

Dat ik geen realistisch beeld had van te voren komt mede door de omgeving. Als ik mensen om me heen vraag hoe hun vakantie was (vriendinnen met kleine kinderen of kennissen) dan hoor ik meestal, “super, we hebben zo genoten”. Ik denk dan, hartstikke leuk voor je, maar HOE doe je dat en zijn wij dan de enige die het zo ervaren? Ik denk het niet en daarom wil ik dit eerlijk met jullie delen, zodat als je jezelf herkent in bovenstaand verhaal dat je weet dat je niet de enige bent. Dat zou mij namelijk al geholpen hebben.

 

Nou wil ik niet té negatief overkomen, want de vakantie was echt wel fijn. En we hebben snel de situatie geaccepteerd zoals die was en dat helpt enorm. We hebben vele momenten genoten met zn viertjes. Maar die verhalen hoor je al genoeg, dus ik wilde nu eens de andere kant met jullie delen.

 

Met de volgende tips maak je je vakantie zo aangenaam mogelijk;

  • Zorg voor een goede voorbereiding. Denk aan de reis, hoe lang duurt deze en wat voor hulpmiddelen heb je daarvoor nodig? (denk aan klein speelgoed, wat lekkers, drinken, luiers en doekjes, enz.)
  • Wees realistisch (dat ben ik vanaf nu ook 😉 ) Met een gezin met meerdere kleine kinderen kom je niet veel aan jezelf toe en is het niet alleen maar feest. Ze kunnen koorts krijgen of zijn van slag doordat ze uit hun ritme zijn. Allemaal factoren die ervoor kunnen zorgen dat je niet tot rust komt.
  • Probeer kleine kinderen zoveel mogelijk in een ritme te houden en ze te laten slapen wanneer ze dit gewend zijn. Zo krijg je geen oververmoeide kinderen op vakantie.
  • Probeer naast leuke uitstapjes ook rustige dagen in te plannen, de vakantie is voor sommige kinderen al genoeg en ze hebben niet elke dag allerlei toeters en bellen nodig om het leuk te hebben.
  • Maak het gezellig mét de kinderen en niet alleen maar vóór de kinderen.
  • Accepteer dat het gaat zoals het gaat. De situatie accepteren brengt rust en ontspanning.

 

Tot slot heb ik mezelf wijsgemaakt, en daar komt “ie” weer; Het is een fase! Over een paar jaar is het vast minder druk op vakantie en heb ik misschien zelfs wel tijd om een piepklein dun boekje te lezen. Misschien ook niet, maar laat mij dat maar lekker denken!

 

Een fijne vakantie allemaal 😉

 

Groeten Marinka van den Bosch

Opvoeddeskundige en gezinscoach

www.opvoed-gezinscoach.nl